27 augustus 2026
Zo geef je vitaliteit prioriteit als leidinggevende
Je brengt je auto ieder jaar naar de garage voor een APK. Hij rijdt nog prima, denk je. Tot blijkt dat de banden versleten zijn en die distributieriem eigenlijk al vervangen had moeten worden. Bij medewerkers werkt het soms net zo. Zolang iemand niet klaagt of uitvalt, lijkt er weinig aan de hand. Ondertussen kunnen stress, mantelzorg of onvoldoende herstel behoorlijk wat energie kosten.
Vitaliteit gaat dan ook over meer dan bewegen en gezond eten. Het draait om fysieke en mentale gezondheid, sociale verbinding én zingeving. Heeft iemand na een werkdag nog energie over voor het leven daarbuiten? Voor de Week van de Vitaliteit spraken we met Linda van de Bovenkamp , life- en vitaliteitscoach bij de Rijksuniversiteit Groningen. Zij laat zien wat je als leidinggevende kunt doen vóórdat de waarschuwingslampjes gaan branden.
Een budget alleen is niet genoeg
Steeds meer organisaties bieden medewerkers een vitaliteitsbudget. Een mooi initiatief, maar daarmee ben je er nog niet. In de praktijk weten medewerkers vaak niet precies wat ze ermee mogen of kunnen doen. Het budget blijft ongebruikt liggen of wordt automatisch besteed aan een sportschoolabonnement, terwijl daar misschien helemaal niet hun grootste behoefte ligt.
Bij de Rijksuniversiteit Groningen is daarom gekozen voor een breder preventief gezondheidsprogramma: Balans . Medewerkers kunnen deelnemen aan verschillende activiteiten rondom beweging, ontspanning, voeding en persoonlijke ontwikkeling. Denk aan laagdrempelige pauzeyoga, healthchecks, lezingen en persoonlijke vitaliteitsgesprekken. Het aanbod wisselt en wordt mede bepaald door te vragen waar medewerkers behoefte aan hebben en door de beschikbare (wetenschappelijke)kennis die binnen de RUG aanwezig is.
De belangrijkste les voor andere werkgevers zit niet per se in de afzonderlijke activiteiten. Het gaat erom dat je vitaliteit zichtbaar, toegankelijk en bespreekbaar maakt. Bied dus niet alleen iets aan, maar help medewerkers ook om te ontdekken wat bij hen past.
Doe zelf wat je van medewerkers vraagt
Je kunt als organisatie een uitgebreid vitaliteitsaanbod of -budget hebben, maar wanneer je er als leidinggevende zelf nooit goed gebruik van maakt, blijft de drempel hoog.
Medewerkers luisteren namelijk niet alleen naar wat een leidinggevende zegt. Ze kijken vooral naar wat diegene doet. Een manager die tijdens de lunch doorwerkt, ’s avonds laat e-mails verstuurt en nooit pauze neemt, geeft onbedoeld een duidelijk signaal af: werk gaat voor herstel.
Wil je dat medewerkers gebruikmaken van het aanbod en echt aan hun vitaliteit werken? Laat dan zien dat daar echt ruimte voor is. Vertel dat je naar een yogales gaat, maak tijdens een teamoverleg tijd om de opties voor het vitaliteitsbudget te bespreken of nodig collega’s uit om samen een activiteit te volgen.
Maak vitaliteit bovendien geen onderwerp dat één keer per jaar in een nieuwsbrief of onboarding van nieuwe medewerkers voorbijkomt. Vraag regelmatig hoe het met mensen gaat, wat hen energie geeft en waar zij tegenaan lopen. Zo wordt goed voor jezelf zorgen een normaal onderdeel van het werk, in plaats van iets dat medewerkers in hun eigen tijd moeten regelen.
Vergeet mantelzorg en rouwverwerking niet
Mantelzorg, rouw en zwangerschapsverlies op de werkvloer zijn vaak lang onzichtbaar. Medewerkers zorgen intensief voor een ouder, partner of kind, of proberen hun werk weer op te pakken na een verlies. Ze melden zich niet altijd ziek en blijven hun taken uitvoeren, terwijl hun hoofd ondertussen overvol kan zijn.
Daarmee raken mantelzorg en rouw direct aan verschillende pijlers van vitaliteit. Vooral de mentale vitaliteit komt onder druk te staan door zorgen, verdriet en voortdurende regelzaken. Ook de sociale pijler speelt een belangrijke rol: voelt iemand zich gesteund en is er ruimte om hulp te vragen? Langdurige spanning kan bovendien fysieke gevolgen hebben, zoals vermoeidheid of slaapproblemen.
Linda herkende dat ook bij zichzelf. Zij dacht dat ze regelmatig gewoon bij haar ouders verbleef, totdat ze zich realiseerde hoeveel tijd zij besteedde aan regelen, ondersteunen en het uitzoeken van praktische zaken. Je kunt met alle liefde voor je ouders zorgen en tegelijkertijd merken dat die zorg veel van je vraagt.
Als leidinggevende hoef je zulke situaties niet op te lossen. Je kunt ze wel eerder signaleren en bespreekbaar maken. Wijs medewerkers actief op mogelijkheden zoals zorgverlof, flexibele werktijden, rouwbegeleiding of ondersteuning door een mantelzorgconsulent. Zo’n consulent helpt bij het vinden van passende regelingen en loketten. Dat neemt niet alleen praktische zorgen weg, maar geeft medewerkers ook meer rust, steun en ruimte om hun vitaliteit te behouden.
Vitaliteit zit in het dagelijkse werk
Vitaliteit wordt nog weleens gezien als een extraatje: een workshop, een fruitmand of een sportabonnement naast het echte werk. Maar een yogales lost geen structureel te hoge werkdruk op. En een vitaliteitsbudget helpt weinig wanneer medewerkers het gevoel hebben dat ze geen tijd kunnen vrijmaken om het te gebruiken.
Kijk daarom ook kritisch naar de manier waarop het werk is georganiseerd. Zijn verwachtingen duidelijk? Is de werkdruk haalbaar? Kunnen medewerkers hun grenzen aangeven? Is er ruimte voor pauzes en herstel? En voelen zij zich veilig genoeg om te vertellen dat het even niet goed gaat?
Juist jij als leidinggevende speelt daarin een grote rol door aandacht te hebben, vragen te stellen en op tijd naar passende ondersteuning te verwijzen.
Goed werkgeverschap betaalt zich terug
Investeren in vitaliteit wordt soms gezien als een zachte maatregel. In werkelijkheid raakt het direct aan verzuim, inzetbaarheid, behoud van medewerkers en werkplezier. Medewerkers die zich gezien en gesteund voelen zijn eerder geneigd om loyaal aan een organisatie te blijven. Ze durven eerder aan de bel te trekken, herstellen beter en voelen vaak meer betrokkenheid bij hun werk.
Het doel is niet dat medewerkers iedere dag bruisend van energie naar huis gaan. Werk mag immers inspanning kosten. Maar iemand zou aan het einde van de dag nog wel genoeg energie moeten overhouden voor het leven buiten het werk: sporten, afspreken met vrienden, zorgen voor familie of simpelweg ontspannen met een boek.
Het begint bij leidinggevenden die het goede voorbeeld geven, regelmatig het gesprek aangaan en laten zien dat goed voor jezelf zorgen niet ten koste gaat van je werk, maar er juist onderdeel van is.



























